foto: Ronald van den Heerik
0

Tim&Paul gingen terug naar de schoolbanken

Vanaf Station Dordrecht, waar we eerst een Jack Daniëls moesten uitgieten voor onze gevallen homie Johan de Witt (1672 Never Forget) is het een kleine vijf minuten wandelen naar het Onderwijsmuseum.

Na 343 jaar nog steeds the illest.
Na 343 jaar nog steeds the illest.

Het museum is sinds het begin van deze maand na een grote verhuizen vanuit Rotterdam weer open. Binnen werden we begroet door Amin Talaei en Jet. Amin is educator bij het museum en een levende legende omdat hij een baan heeft gekregen in de culturele sector. Jet is vooral aangenomen vanwege haar feilloze jachtinstinct en haar succesvolle beleid ten opzichte van het muizenprobleem. Amin nam de tijd om met ons door het museum te lopen voor tekst en uitleg, Jet klom op de balie en liep vijf keer van binnen naar buiten.

Het gebouw

Het museum is gehuisvest in voormalig verzekeringsgebouw de ‘Holland’ (1939). Het gebouw is imposant. De heren die de brandverzekeringen uitkeerden moesten natuurlijk een mooie standplaats hebben. De architect, de heer Ravesteyn (1889-1983) is tegenwoordig bekender vanwege zijn bouwwerken bij Diergaarde Blijdorp.  Voordat het Onderwijsmuseum hier kwam heeft hier een  AH en een Kwantum in gezeten en is het een tijdje anti-kraakwoning geweest. Tegenwoordig is het dus een plek voor culturele ontwikkeling, géén oud-schoolgebouw dus. Een bewuste keuze, want elk ander educatiemuseum zit al in een school.

foto: Ronald van den Heerik
foto: Ronald van den Heerik

De Tentoonstellingen

Semi-permanent, wat betekend dat het in ieder geval de komende vijf jaar blijft staan. Ook hier is gekozen voor een wat minder voor de hand liggende opbouw. Vrijwel alle onderwijsmusea gebruiken de ruimte waar ze in zitten – een oud schoolgebouw – om de lessen uit verschillende periodes te benadrukken. Je hebt bijvoorbeeld een klaslokaal uit 1930, een uit 1950 enzovoort. Logisch, maar ook makkelijk, oubollig en achterhaald. En daar houden Tim&Paul als historici 2.0 niet van.

Omdat onderwijs voor iedereen is, iedereen is immers naar school geweest, heeft het een bijzondere plek in ons collectief geheugen. Het interessante is echter wel, dat ondanks dat iedereen en hun moeder naar school is gegaan er enorm veel ruimte is voor het individu. Iedereen herdenkt zijn of haar schooltijd op een andere manier. Tuurlijk, we hebben allemaal topografie moeten doen of leren schrijven, maar het zoenen in het fietsenhok, het nablijven, of in het geval van Paul: het alleen opeten van de lunch in een leeg lokaal omdat hij geen vrienden had heeft, blijven unieke ervaringen. Het maakt van het museum naast een verbeelding van een imposante collectie (Amin met trots: de grootste onderwijscollectie wereldwijd) ook een trip down memory lane.

foto: Ronald van den Heerik
foto: Ronald van den Heerik

De tentoonstelling is thematisch opgezet, we beginnen met het schoolgebouw zelf. Een collage van willekeurige scholen door de eeuwen heen. Het interessantste was de buitenschool, waarbij leerlingen met tuberculose of astma buiten les kregen, ook in de winter.

We zien dus een feest van herkenning voor verschillende generaties. Denk aan de Aap Noot Mies-leesplankjes. Die waren er ook voor de markt in de Oost en Zuid-Afrika. In het Afrikaans zien we toch wat andere nuances. Een boer is hier toch iets anders afgebeeld dan op het Hollandse plankje.

Daarna lopen we door een moderner gedeelte, om het perspectief van de leraar mee te geven. Het lijkt alsof we voor de klas staan. Paul kreeg er de rillingen van.  Om het hoekje zien we de straffen die werden uitgedeeld. De pechvogel naar je toe krijgen om daarna door de leraar met de plak op de hand geslagen te worden of het bordje met de ezel omdoen, beide met veel pedagogische waarde. Tegenwoordig is de praktijk gericht op minder straffen voor slechte daden en op belonen voor góed gedrag. En daarom hebben we nu generaties van unieke sneeuwvlokjes die denken dat alles maakbaar is. Lijfstraffen op school waren overigens al verboden in 1806. Dat die wet constant werd verbroken praten we niet over.

In het tweede gedeelte van de tentoonstellingen komen we weer op andere thema’s. Talenonderwijs, techniek, schoolzwemmen en vernieuwingen in het onderwijs. Dat laatste splitst zich op in twee delen. Enerzijds de vernieuwers zoals Maria Montessori of Kees Boeke maar anderzijds ook de nieuwe techniek. Een oude Macintosch en een televisie, floppydiscs en fotonegatieven.

Het laatste thema gaat – logischerwijs- over het behalen van diploma’s en het verlaten van school.

foto: Ronald van den Heerik
foto: Ronald van den Heerik

Tijdelijk/Tijdloos:

In de kelder staan twee tijdelijke tentoonstellingen: een over de ontwikkeling van de schoolagenda en de ander over esthetische zaken bij het onderwijs. De tentoonstelling ‘MOOI’ gaat over mooie dingen. We verbaasden ons over een hemelglobe dat in een tellurium stond want dat kan natuurlijk helemaal niet.

Door een chronologie te maken van de agenda’s kun je natuurlijk ook het een en ander zeggen over de tijdsgeest. In de jaren ’70 en ’80 veel punkdingen, en later meer Baywatch en Boyzone. Scholieren zijn mini-mensen, en tevens nog behoorlijk zwakzinnig als je zo door de teksten heen leest. De eigenwijsheid, naïviteit en ambitie van de jeugd is een eeuwige constante. Pas na een studie geschiedenis kun je natuurlijk zeggen dat je écht begrijpt hoe de wereld werkt.

En je leert de ware essentie van het begrip ‘Financiële molensteen’ ook nog eens voor niets.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *